CBAM voor importeurs: verplichtingen, ondergrens en aangifte
Belangrijkste punten
- Sinds 1 januari 2026 is CBAM definitief: boven 50 ton ijzer, staal, cement, meststoffen of aluminium per kalenderjaar mag alleen een toegelaten CBAM-aangever nog importeren.
- De 50-ton grens geldt cumulatief per kalenderjaar en per importeur, niet per zending of leverancier.
- Bij een importeur zonder EU-vestiging verschuift de CBAM-toelatingsplicht naar de indirecte douanevertegenwoordiger, meestal de douane-expediteur.
- De toelating als CBAM-aangever loopt via het EU CBAM-register met eHerkenning en heeft een beslistermijn tot 120 dagen.
- Een AEO-vergunning is geen CBAM-toelating: het zijn losse regelingen bij verschillende instanties.
Sinds 1 januari 2026 is CBAM in zijn definitieve fase. Importeer je meer dan 50 ton ijzer en staal, cement, meststoffen of aluminium per kalenderjaar, dan mag dat alleen nog als toegelaten CBAM-aangever, en moet je vanaf het importjaar 2026 jaarlijks aangifte doen over de ingebedde CO2-uitstoot van die goederen.
De rapportageperiode waarin fouten nog vrijblijvend waren, is voorbij. Wat volgt zijn certificaten die je moet kopen en boetes die oplopen tot drie tot vijf keer het standaardbedrag per certificaat.
Er is één punt dat in vrijwel geen enkel artikel wordt uitgelegd en dat voor Nederlandse importeurs en hun expediteurs het meest bepalend is: bij een importeur die niet in de EU is gevestigd, verschuift de CBAM-verplichting naar de indirecte douanevertegenwoordiger. Dat is in de praktijk de douane-expediteur.
In dit artikel leggen we uit voor welke goederen CBAM geldt, hoe de ondergrens van 50 ton werkt, wie de toelating moet aanvragen, wanneer je aangifte doet en wat er gebeurt als je zonder toelating importeert.
Voor welke goederen geldt CBAM?

CBAM geldt voor de import van goederen in de categorieën ijzer en staal, cement, meststoffen, aluminium, elektriciteit en waterstof.
Of iets een CBAM-goed is, wordt niet bepaald door de sector waarin je actief bent maar door de GN-code van het goed. Dat is een belangrijk verschil. Een machineonderdeel van staal kan onder CBAM vallen terwijl je jezelf geen staalimporteur noemt, en een product dat je als staal beschouwt kan er juist buiten vallen.
De praktische eerste stap is dus geen beleidsvraag maar een classificatievraag: laat de goederencodes van je hele importportfolio langs de CBAM-lijst leggen. Bedrijven die dat niet hebben gedaan komen er meestal achter via een afgekeurde aangifte, en dan is de zending er al.
Let op dat het toezicht hier niet bij de Douane ligt maar bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Dat is een andere instantie met een eigen register, eigen termijnen en eigen sancties.
Hoe werkt de ondergrens van 50 ton?
Voor CBAM-goederen geldt, met uitzondering van waterstof en elektriciteit, een ondergrens van 50 ton per importeur per kalenderjaar. Voor waterstof en elektriciteit geldt geen ondergrens.
De grens wordt gemeten aan het totale nettogewicht van de geïmporteerde CBAM-goederen zoals vermeld in de douaneaangifte. Niet aan de waarde, niet per zending en niet per leverancier, maar cumulatief over het hele kalenderjaar.
Hier zit een misverstand dat veel geld kan kosten. De 50 ton is geen vrijstelling van de eerste 50 ton. Zodra je er overheen gaat, geldt de verplichting voor al je import van dat jaar, ook voor de tonnen die je in januari binnenhaalde toen je nog dacht eronder te blijven.
Dat maakt het bijhouden van je lopende jaartotaal een operationele taak en geen jaarafsluiting. Zit je structureel rond de grens, dan is de veilige keuze de toelating aanvragen voordat je hem passeert.
Wie moet de toelating als CBAM-aangever aanvragen?
Vanaf 2026 mag invoer van CBAM-goederen boven de ondergrens alleen plaatsvinden door toegelaten CBAM-aangevers. De toelating vraag je aan via het EU CBAM-register, met eHerkenning. De beslistermijn is maximaal 120 dagen.
Wie die aanvrager is, hangt af van waar de importeur is gevestigd.
- Ben je als importeur in de EU gevestigd, dan vraag je de toelating zelf aan
- Ben je niet in de EU gevestigd, dan komt de verplichting bij je indirecte douanevertegenwoordiger te liggen
Dat tweede geval verdient aandacht, want het verandert de relatie met je expediteur. De indirecte vertegenwoordiger wordt dan zelf de toegelaten CBAM-aangever en draagt de aansprakelijkheid voor de aangifte en de certificaten.
Geen enkele expediteur neemt die positie zomaar in. Reken erop dat je gevraagd wordt om geverifieerde emissiegegevens, om vastlegging van verantwoordelijkheden in het contract, en mogelijk om zekerheid. Een expediteur die die vragen niet stelt is niet soepel maar onvoorbereid.
Belangrijk om te weten: een AEO-vergunning is geen CBAM-toelating. Het zijn losse regelingen bij verschillende instanties, en de ene geeft geen vrijstelling van de andere.
Wanneer moet je aangifte doen?
Een toegelaten CBAM-aangever die binnen een kalenderjaar meer dan 50 ton CBAM-goederen heeft ingevoerd, dient een CBAM-aangifte in. De deadline is 30 september van het volgende jaar.
Voor het importjaar 2026 betekent dat een eerste aangifte uiterlijk 30 september 2027. De verkoop van CBAM-certificaten start in 2027, voor de emissies van de goederen die je in 2026 hebt ingevoerd.
Dat lijkt ver weg en is het niet. De aangifte gaat over de ingebedde emissies van de goederen, en die gegevens moeten van je leverancier komen. Wie in september 2027 begint met het opvragen van emissiedata over leveringen uit begin 2026, komt er niet uit.
De praktische opgave zit dan ook niet in de aangifte maar in de dataketen ervoor: welke producent, welke installatie, welke uitstoot per ton, en wie verifieert dat. Bij leveranciers in derde landen die hier niet aan gewend zijn, is dat een gesprek van maanden en geen verzoek per e-mail.
Wat gebeurt er als je zonder toelating importeert?
Importeer je boven de ondergrens zonder toelating, dan volgt een boete. Die boete bedraagt drie tot vijf keer het standaardbedrag van 100 euro per CBAM-certificaat, vermeerderd met indexatie.
Omdat het aantal certificaten volgt uit de ingebedde emissies van de goederen, schaalt de boete mee met je volume. Bij een paar honderd ton staal loopt dat snel op tot een bedrag dat in geen verhouding staat tot de moeite van de aanvraag.
Er is één verzachting. Bij een kleine overschrijding van de ondergrens, minder dan tien procent, kan de boete lager uitvallen. Dat is bedoeld voor het bedrijf dat net over de 50 ton gaat en niet voor wie de regeling structureel negeert.
Er gold een overgangsregeling voor wie tijdig een aanvraag had ingediend: aanvragers die uiterlijk 31 maart 2026 een toelatingsaanvraag hadden ingediend, mochten CBAM-goederen blijven importeren in afwachting van het besluit. Die datum is inmiddels verstreken. Heb je nog geen aanvraag lopen en importeer je boven de grens, laat dan bij de Nederlandse Emissieautoriteit navragen wat je positie is voordat je een volgende zending boekt.
Wat verandert er verder de komende jaren?

CBAM staat niet op zichzelf. Het is de spiegel van het Europese emissiehandelssysteem: naarmate Europese producenten minder gratis emissierechten krijgen, wordt de CBAM-heffing op geïmporteerde goederen zwaarder.
De gratis toewijzing binnen het ETS wordt vanaf 2026 jaarlijks afgebouwd. Vanaf 2034 vervalt de gratis toewijzing voor de productie van CBAM-goederen volledig.
Voor importeurs betekent dat een kostenpost die de komende jaren stapsgewijs stijgt en die per herkomstland verschilt. Een leverancier in een land met een eigen CO2-prijs kan uiteindelijk goedkoper uitpakken dan een leverancier zonder, ook als de inkoopprijs per ton hoger is.
Dat maakt CBAM op termijn een inkoopvraagstuk en niet alleen een compliancevraagstuk. Wie nu al weet wat de ingebedde emissies per leverancier zijn, kan die afweging maken. Wie dat niet weet, ontdekt het bij de eerste afrekening.
Deskundige ondersteuning bij CBAM en douaneaangiften
CBAM raakt drie processen tegelijk: je goederenclassificatie, je douaneaangifte en je leveranciersdata. De GN-code bepaalt of je eronder valt, de douaneaangifte bepaalt je jaartotaal in tonnen, en je leverancier bepaalt of je de emissiegegevens op tijd hebt.
Voor niet in de EU gevestigde importeurs komt daar de vraag bij wie als indirecte douanevertegenwoordiger optreedt, en onder welke voorwaarden die partij die aansprakelijkheid wil dragen.
The Customs Company is een AEO-gecertificeerde douanedienstverlener in Nederland met directe verbindingen met de Nederlandse Douane en Portbase.
Wij toetsen welke van jouw goederencodes onder CBAM vallen, houden je jaartotaal in tonnen bij vanuit de importaangiften, en bespreken vooraf wat vertegenwoordiging betekent voor de verdeling van verantwoordelijkheden.
Veelgestelde vragen
Q: Voor welke goederen geldt CBAM?
Ans: Voor ijzer en staal, cement, meststoffen, aluminium, elektriciteit en waterstof. Of een specifiek product eronder valt wordt bepaald door de GN-code en niet door de branche waarin je werkt. Laat daarom je volledige codelijst toetsen in plaats van af te gaan op de productomschrijving.
Q: Geldt de ondergrens van 50 ton per zending of per jaar?
Ans: Per importeur per kalenderjaar, gemeten aan het totale nettogewicht zoals vermeld in de douaneaangiften. Zodra je die grens passeert geldt de verplichting voor al je import van dat jaar, dus ook met terugwerkende kracht voor de zendingen daarvoor. Voor waterstof en elektriciteit geldt geen ondergrens.
Q: Ik ben niet in de EU gevestigd. Wie vraagt de toelating aan?
Ans: Dan komt de verplichting bij je indirecte douanevertegenwoordiger te liggen, in de praktijk je douane-expediteur. Die wordt dan zelf toegelaten CBAM-aangever en draagt de aansprakelijkheid. Bespreek dat vooraf, want geen enkele expediteur neemt die positie in zonder afspraken over emissiedata en verantwoordelijkheden.
Q: Ik heb een AEO-vergunning. Moet ik dan ook een CBAM-toelating aanvragen?
Ans: Ja. Een AEO-vergunning is een douanevergunning bij de Douane, een CBAM-toelating is een aparte toelating bij de Nederlandse Emissieautoriteit. De ene geeft geen vrijstelling van de andere, ook al is de onderliggende beoordeling van je administratie vergelijkbaar.
Q: Wanneer moet ik mijn eerste CBAM-aangifte indienen?
Ans: Voor importjaar 2026 uiterlijk op 30 september 2027, en daarna telkens op 30 september van het jaar na het importjaar. De verkoop van CBAM-certificaten start in 2027 voor de emissies van in 2026 ingevoerde goederen. Begin ruim voor die datum met het verzamelen van emissiegegevens bij je leveranciers.