Kleurrijke zeecontainers op een containerterminal in het warme licht van de late middag

Table of Contents

Douanewaarde bepalen: welke kosten tellen mee bij invoer?

Belangrijkste punten

  • De douanewaarde is de waarde van goederen bij binnenkomst in de EU en vormt de basis voor zowel invoerrechten als invoer-btw.
  • In circa 95 procent van de aangiften is de transactiewaarde, de werkelijk betaalde of te betalen prijs, het uitgangspunt.
  • Kosten die moeten worden bijgeteld zijn onder meer commissies, verpakkingskosten, royalty’s en vracht- en verzekeringskosten tot de EU-buitengrens.
  • Vrachtkosten na de buitengrens, zoals van Rotterdam naar het eigen magazijn, tellen niet mee in de douanewaarde.
  • De gekozen Incoterm bepaalt niet de douanewaarde zelf, maar wel hoeveel rekenwerk nodig is om tot die waarde te komen.

De douanewaarde is het bedrag waarover de douane je invoerrechten berekent, en in verreweg de meeste gevallen is dat de prijs die je je leverancier betaalt, aangevuld met een aantal kosten die daar wettelijk bij horen. Niet de factuurwaarde zoals die op papier staat, maar de waarde van de goederen op het moment dat zij de buitengrens van de EU bereiken.

Dat verschil klinkt klein en is het niet. Vrachtkosten tot Rotterdam horen erbij, vrachtkosten van Rotterdam naar je magazijn niet. Een royalty die je aan de merkhouder betaalt hoort erbij, de rente op je betalingsregeling niet. Wie de verkeerde optelsom maakt, betaalt jarenlang te veel of krijgt achteraf een navordering.

De douanewaarde is bovendien niet alleen de basis voor je invoerrechten. Het is ook de grondslag voor de invoer-btw, en dat maakt een fout in de waarde meteen een fout in twee heffingen tegelijk.

In dit artikel leggen we uit hoe je de douanewaarde bepaalt, welke kosten je moet bijtellen en welke je mag aftrekken, wat je doet als er geen verkoopprijs is, en welke transactie je moet nemen wanneer goederen via meerdere partijen worden doorverkocht.

Wat is de douanewaarde precies?

De douanewaarde is de waarde die goederen hebben op het moment dat zij het douanegebied van de Unie binnenkomen. Het is het bedrag waarover invoerrechten worden geheven, en het is het bedrag dat samen met die invoerrechten de grondslag vormt voor de invoer-btw.

Artikel 70 van het Douanewetboek van de Unie is er kort over: de douanewaarde van de ingevoerde goederen is de transactiewaarde van die goederen. De transactiewaarde is de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de goederen bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie.

In de praktijk wordt naar schatting zo’n 95 procent van alle aangiften op deze manier vastgesteld. Er is een koop, er is een factuur, en die factuur is het startpunt. De overige gevallen zijn de lastige: monsters, consignatiezendingen, goederen tussen gelieerde ondernemingen, of zendingen waarbij helemaal geen verkoop heeft plaatsgevonden.

Welke kosten moet je bijtellen bij de factuurprijs?

Douane-expediteur die vrachtdocumenten en kosten controleert achter een laptop

Artikel 71 van het Douanewetboek noemt de kosten die je bij de betaalde prijs moet optellen wanneer ze nog niet in die prijs zitten. Dit is de plek waar de meeste fouten worden gemaakt, omdat de bedragen vaak op andere facturen staan dan de goederenfactuur.

  • Commissies en courtage, met uitzondering van inkoopcommissie
  • Kosten van verpakkingsmiddelen en van het verpakken zelf
  • Goederen en diensten die je gratis of tegen een verlaagde prijs aan je leverancier hebt geleverd, zoals matrijzen, gereedschappen, ontwerpen of onderdelen
  • Royalty’s en licentierechten die je als voorwaarde voor de verkoop moet betalen
  • De opbrengst van wederverkoop die weer bij de verkoper terechtkomt
  • Vervoer-, laad- en verzekeringskosten tot aan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Unie

Die laatste is in de praktijk de lastigste. Bij een zending uit Shanghai op FOB-voorwaarden staat de zeevracht op een aparte factuur van je expediteur, en alleen het deel tot de buitengrens van de EU hoort in de douanewaarde. Bij een zending die na Rotterdam nog naar Venlo rijdt, hoort dat binnenlandse traject er juist niet in.

Welke incoterm je hebt afgesproken bepaalt dus niet de douanewaarde, maar wel hoeveel rekenwerk eraan vooraf gaat. Bij FOB moet je vracht en verzekering zelf bijtellen. Bij CIF zitten ze er al in, maar dan tot de haven van bestemming, wat iets anders is dan tot de buitengrens.

Welke kosten mag je juist aftrekken?

Artikel 72 noemt de posten die je van de prijs mag afhalen, mits ze apart zijn vermeld en aantoonbaar zijn. Dit is de kant die importeurs stelselmatig laten liggen, en het is geld dat je onnodig aan invoerrechten betaalt.

  • Vervoerskosten binnen het douanegebied van de Unie, dus na de plaats van binnenkomst
  • Kosten van montage, installatie of onderhoud na invoer
  • Rente die je op grond van een financieringsregeling met de verkoper betaalt
  • Kosten voor het recht op reproductie van de goederen in de Unie
  • Inkoopcommissie
  • De invoerrechten en andere belastingen die bij invoer verschuldigd zijn

De voorwaarde is telkens dezelfde: het bedrag moet los van de goederenprijs zijn vastgelegd. Staat het niet apart op de factuur of in het contract, dan kun je het niet aftrekken, hoe reëel de kosten ook zijn. Dat is geen formaliteit maar de kern van de regel.

Wat doe je als er geen verkoopprijs is?

Is er geen verkoop voor uitvoer naar de Unie, of is de transactiewaarde niet bruikbaar, dan schrijft artikel 74 een vaste volgorde voor. Je mag niet kiezen welke methode je het beste uitkomt.

  • De transactiewaarde van identieke goederen die rond hetzelfde tijdstip zijn ingevoerd
  • De transactiewaarde van soortgelijke goederen
  • De aftrekmethode, waarbij je terugrekent vanaf de verkoopprijs in de Unie
  • De berekende waarde, opgebouwd uit productiekosten, winst en algemene kosten
  • De methode van redelijke middelen, op basis van in de Unie beschikbare gegevens

Alleen de derde en de vierde methode mogen op verzoek van de aangever van volgorde wisselen. De rest ligt vast, en de douane verwacht dat je kunt uitleggen waarom een eerdere methode niet toepasbaar was.

Praktisch komt dit vooral voor bij monsters zonder handelswaarde, bij goederen die je op consignatie ontvangt, bij retourzendingen na reparatie en bij leveringen tussen gelieerde ondernemingen waar de verrekenprijs niet marktconform is.

Welke transactie neem je bij een ketenverkoop?

Een oranje zeecontainer die door een kraan wordt getild tegen een blauwe lucht

Wanneer goederen voor aankomst in de EU meerdere keren zijn verkocht, bijvoorbeeld van fabrikant naar handelshuis naar jou, is de vraag welke van die verkopen de douanewaarde bepaalt. Sinds de invoering van het Douanewetboek van de Unie is dat de laatste verkoop voordat de goederen het douanegebied binnenkomen.

Dat is voor importeurs vaak ongunstig, omdat de laatste prijs in de keten meestal de hoogste is. De eerdere praktijk waarbij de eerste verkoop mocht worden gebruikt, is met artikel 128 van de Uitvoeringsverordening vervallen.

Werk je met een handelshuis of een agent, dan is het dus belangrijk om vast te leggen wie welke rol heeft. Een inkoopagent die op jouw naam en voor jouw rekening handelt levert inkoopcommissie op, en die mag je aftrekken. Een handelshuis dat zelf koopt en doorverkoopt levert een nieuwe transactie op, en dan is zijn verkoopprijs de basis.

Waarom de douanewaarde ook je btw-aangifte raakt

De invoer-btw wordt niet berekend over je inkoopfactuur maar over de douanewaarde, vermeerderd met de invoerrechten en eventuele accijnzen. Dat betekent dat een te lage douanewaarde je twee keer raakt, en een te hoge ook.

Werk je met een fiscaal vertegenwoordiger of met een vergunning artikel 23, dan verleg je de invoer-btw naar je eigen btw-aangifte. Het bedrag dat je daar opgeeft komt van de uitnodiging tot betaling van de douane, niet van de factuur van je leverancier. Wie die twee door elkaar haalt, geeft structureel het verkeerde bedrag aan.

Dat is ook precies waar de Belastingdienst bij een controle naar kijkt: niet of je btw hebt betaald, maar of het aangegeven bedrag aansluit op de douanedocumenten.

Deskundige ondersteuning bij het bepalen van de douanewaarde

Een douanewaarde is opgebouwd uit documenten die zelden bij elkaar liggen: de goederenfactuur, de vrachtfactuur, de verzekeringspolis, het contract met de merkhouder en de afspraken met je agent. De optelsom is niet moeilijk, het verzamelen wel.

Een fout werkt bovendien lang door. De douane kan tot drie jaar terug navorderen, en een structureel verkeerd toegepaste bijtelling of aftrek raakt dan niet één zending maar alle zendingen in die periode.

The Customs Company is een AEO-gecertificeerde douanedienstverlener in Nederland met directe verbindingen met de Nederlandse Douane en Portbase.

Wij toetsen met onze douanediensten jouw waardeopbouw aan de artikelen 70 tot en met 74 van het Douanewetboek, leggen vast welke kosten wel en niet in de waarde thuishoren, en zorgen dat de aangegeven waarde aansluit op je facturen en op je btw-aangifte.

Veelgestelde vragen

Q: Mag ik de factuurwaarde van mijn leverancier gebruiken als douanewaarde?

Ans: Als startpunt wel, als eindbedrag meestal niet. De factuurprijs is de basis, maar je moet er de kosten uit artikel 71 bij optellen die er nog niet in zitten, zoals vracht en verzekering tot de buitengrens van de EU, verpakking, royalty’s en gratis geleverde materialen. Pas na die optelsom heb je de douanewaarde.

Q: Horen de vrachtkosten bij de douanewaarde?

Ans: Alleen het deel tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Unie. Het traject daarna, bijvoorbeeld van Rotterdam naar je magazijn in Duitsland, hoort er niet in en mag je aftrekken als het apart op de factuur staat. Staat het niet apart vermeld, dan mag je het niet aftrekken.

Q: Moet ik royalty’s bijtellen bij de douanewaarde?

Ans: Ja, wanneer je de royalty of het licentierecht moet betalen als voorwaarde voor de verkoop van de goederen. Betaal je een licentie die losstaat van de aankoop en die de verkoper niet als voorwaarde stelt, dan hoort die er niet bij. Het onderscheid zit in het contract, niet in de hoogte van het bedrag.

Q: Welke transactie geldt als de goederen meerdere keren zijn doorverkocht?

Ans: De laatste verkoop voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. Dat is vastgelegd in artikel 128 van de Uitvoeringsverordening. De oude praktijk waarbij de eerste verkoop in de keten mocht worden gebruikt, geldt onder het Douanewetboek van de Unie niet meer.

Q: Wat gebeurt er als de douane mijn douanewaarde corrigeert?

Ans: Je ontvangt een uitnodiging tot betaling voor het verschil in invoerrechten en invoer-btw. Omdat de douane tot drie jaar terug kan navorderen, gaat het bij een structurele fout zelden om één zending. Bezwaar maken kan, maar de bewijslast voor de opbouw van de waarde ligt bij jou.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recent Post

Handen ondertekenen een machtiging voor douanevertegenwoordiging aan een bureau
Directe of indirecte vertegenwoordiging bepaalt wie aangever is en wie de douaneschuld draagt. Het verschil merk je pas jaren later, bij een navordering.
Twee medewerkers laden flightcases met beursmateriaal in een vrachtwagen
Met een ATA-carnet neem je apparatuur, monsters en beursmateriaal tijdelijk mee naar het buitenland zonder invoerrechten. Dit moet je vooraf goed regelen.
Technicus inspecteert een gefreesd aluminium onderdeel in een werkplaats
Betaal je invoerrechten over goederen die de Europese markt nooit bereiken? Actieve en passieve veredeling schorten die heffing op, mits je de regels volgt.
Exportmedewerker vergelijkt een handelsfactuur met een paklijst in een licht kantoor
Een certificaat van oorsprong verlaagt geen invoerrechten, een EUR.1 of een REX-verklaring wel. Zo weet je welk oorsprongsbewijs jouw zending echt nodig heeft.
Buitenlandse ondernemer en adviseur bespreken de Nederlandse importstructuur aan een vergadertafel
Wat is het verschil tussen een douane-expediteur en een fiscaal vertegenwoordiger? Ontdek wanneer je welke partij nodig hebt en wanneer je beide combineert.
Inspecteur met tablet bij een geopende container op een terminal
Het AEO-logo staat op vrijwel elke website van een douane-expediteur, meestal zonder uitleg. De vraag die telt is niet wat het betekent voor de expediteur, maar wat het oplevert voor jou als klant.

Join the Future of Logistics Cleaning